Nederland loopt achter op zijn doelstellingen voor een circulaire economie. In 2022 steeg het gebruik van mineralen, metalen en fossiele grondstoffen ten opzichte van 2020, zo blijkt uit de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een deel van de oplossing, is het gebruik van meer recyclaat.
Ten opzichte van 2016 is er een lichte daling in het gebruik van grondstoffen, maar de afname verloopt te traag om het doel van 50% minder grondstoffengebruik in 2030 te halen. Volgens Marko Hekkert, directeur van het PBL, staat de circulaire economie niet hoog genoeg op de prioriteitenlijst van de overheid. ‘Nederland laat kansen liggen. Efficiënter omgaan met grondstoffen vermindert de afhankelijkheid van schaarse materialen, vooral uit China, en biedt economische voordelen voor innovatieve bedrijven.’
Kansen voor de recyclingsector
Het PBL adviseert een betere inzet van bestaande beleidsinstrumenten, zoals uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, om bedrijven meer te stimuleren hun afvalstromen te recyclen. Voor de recyclingsector kan dit extra kansen bieden, vooral als de overheid bij haar inkoop hogere eisen stelt aan circulariteit.
Ook pleit het PBL voor een Europese heffing op primaire fossiele grondstoffen voor plastics. Dergelijke maatregelen zouden kunnen voorkomen dat meer Nederlandse recyclers failliet gaan doordat nieuw plastic goedkoper blijft dan recyclaat.
Ook zou meer circulair aanbesteden in de bouwsector kunnen helpen met het behalen van de doelen.
Urgentie groeit door leveringsrisico’s
De afhankelijkheid van kritieke grondstoffen is de afgelopen tien jaar toegenomen. Dit treft vooral sectoren als machinebouw, transport en elektronica. Voor de recyclingbranche betekent dit wellicht een groeiende vraag naar hoogwaardige secundaire grondstoffen, mits de overheid beleid concreet uitwerkt.
