Het is erop of eronder voor Vinylrecycling

V.l.n.r.: Ivo Besselsen, Kimm Besselsen, Huib van Gulik en Tim Krooneman Foto: Vinylrecycling.com

Dinsdag 20 augustus vindt de zitting plaats bij de Raad van State in de zaak Vinylrecycling / BessTrade tegen de Staat/ILT. Het bedrijf staat, net als vele andere kunststofrecyclers op omvallen, nadat de export van materialen in 2022 aan banden werd gelegd. Omdat de politiek tot nu toe niet thuis gaf, leek de gang naar de rechter de enige mogelijkheid om te overleven. Om deze zaak voor de rechter te krijgen, heeft het bedrijf een last onder dwangsom uitgelokt. De Raad van State zal deze bodemprocedure een uitspraak moeten doen.

Huib van Gulik, ceo van Vinylrecycling, legt hier uit waar volgens hem het conflict en de discussie met de overheid over gaat.

Vinylrecycling/BessTrade in Lelystad verwerkt al jaren fabrieksuitval van grote Europese fabrikanten die uiteraard REACH-compliant produceren tot nieuwe, direct inzetbare grondstoffen.

In onze twee fabrieken in Lelystad worden (werden) alle materialen verwerkt en na verwerking verkopen wij de grondstoffen wereldwijd. Tot eind 2021 werden er regelmatig containers aangehouden voor controle. Na het beantwoorden van enkele aanvullende vragen konden deze containers doorgaans hun weg vervolgen naar de fabrieken die deze grondstoffen opnieuw in hun productieproces opnamen. Dit betrof zowel eindproducten als grondstoffen voor fabrikanten die compound maken voor eindproducten.

In 2022 vond er echter een omslag plaats. ILT begon containers aan te houden en vroeg steeds meer aanvullende informatie. Deze informatie breidde zich langzaam uit van datasheets en testrapporten, tot in- en verkoopfacturen, foto’s van inkomende en uitgaande goederen, en zelfs contracten van onze afnemers met de producenten van eindproducten, vervoersdocumenten van de compound naar de eindverwerker, weegbonnen, enzovoort. Hoewel deze informatie in principe te leveren is, is dit volgens de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (art. 6, zie bijlage) geen vereiste. Bovendien is een deel van deze informatie onmogelijk vooraf aan te leveren, voordat de zending plaatsvindt.

Het bepalen of een materiaal aan de einde-afval-criteria voldoet, is in principe de verantwoordelijkheid van de converter (de fabriek die het einde-afval-materiaal produceert).

Natuurlijk mag ILT bij een zending een controle uitvoeren en toetsen of deze voldoet aan de criteria van de KRA art. 6. Echter, zij vragen steeds meer informatie, waarvan wij van mening zijn dat dit juridisch niet te onderbouwen is. 

Als laatste eiste ILT dat wij, nadat we materialen vooraf ter goedkeuring aan hen hadden voorgelegd, ook de overheid in het land van bestemming moesten vragen of zij de materialen eveneens als einde-afval beschouwen.

Misschien kunnen jullie je voorstellen hoe lastig het is als een Nederlandse verwerker van Europese post-industriële uitvallen om b.v. aan de Amerikaanse overheid te vragen of zij de materialen die wij produceren en willen verschepen, willen bestempelen als secundaire grondstof. Als er al een reactie van de Amerikaanse overheid zou komen, zou deze waarschijnlijk zijn: “Hoe kunnen wij dit controleren?”, “Wat is er mis met het materiaal dat de Nederlandse overheid dit vraagt?” of “Deze vraag wordt door geen enkel ander land gesteld.”

ILT heeft als standpunt ingenomen dat bij elke export, ongeacht het land van bestemming, de overheid in dat land moet bevestigen dat de materialen einde-afval zijn, oftewel als secundaire grondstof worden erkend. Echter, dit gaat naar onze mening lijnrecht in tegen de doelstellingen om steeds meer materialen te recyclen en opnieuw in te zetten als grondstof. Als deze stelling van ILT wordt gehandhaafd, zal een groot deel van hoogwaardige grondstoffen in de verbrandingsovens eindigen en zullen steeds meer recyclingbedrijven failliet gaan.

Ons bedrijf staat, net als vele andere recyclers, op omvallen door deze actie van de overheid. Via de politiek vonden we geen enkele medewerking, waardoor deze gang naar de rechter de enige mogelijkheid was om te overleven. 

Om deze zaak voor de rechter te krijgen, hebben we een last onder dwangsom uitgelokt. Nu zal de Raad van State in deze bodemprocedure een uitspraak moeten doen.

Huib van Gulik,
Ceo Vinylrecycling