Hans Koning: ‘Exportverbod helpt circulaire economie niet vooruit’

Ruim 25 jaar was Hans Koning directeur bij de Federatie Nederlandse Oudpapier Industrie (FNOI) en ruim 15 jaar bij de Metaal Recycling Federatie (MRF). Nu heeft hij het stokje overgegeven aan Lennert Vermaat. Die mag zich nu storten op een groot aantal interessante lopende dossiers.

Hans, je stopt als directeur maar je verdwijnt nog niet helemaal van het toneel. Hoe zit dat?

‘Nee, ik neem nog geen afscheid van het werk en zal ook nog gewoon betrokken blijven bij de MRF en FNOI, maar ik ben wel teruggetreden als directeur. De aandacht gaat nu naar de toekomst en de nieuwe bemanning van de organisatie. En ik verdwijn naar de achtergrond. Ik zal Lennert en de rest van het team ondersteunen, dus ja ik kom in een wat meer dienende rol.’

Lennert is inmiddels ook wel een bekend gezicht in de organisaties.

‘Ik heb Lennert gevraagd om voor ons te komen werken. Ook met het perspectief van, als het allemaal goed gaat, dan wisselen we over drie jaar van positie. Deze sector ligt hem goed en hij doet het goed. Ik zie een hele goede opvolger in hem.’

Als directeur had je veel te maken met lobby en belangenbehartiging, dat lijkt me in deze tijd ook lastig.

‘Wat opvalt in de Nederlandse overheid is dat men zich tegenwoordig eerder afsluit dan dat men zich openstelt. En daar lopen we vaak tegenaan. Steeds vaker beroepen ze zich op een capaciteitstekort. Als het beleid is gemaakt, en je ziet dat het in de uitvoering niet goed gaat, dan is er geen capaciteit meer om die problemen aan te pakken. Als wet- en regelgeving eenmaal staat, dan verander je dat niet meer zomaar.

Er wordt relatief veel over de schutting gegooid naar het bedrijfsleven, en soms is dat binnen ministeries onderling ook niet goed afgestemd. Dat maakt het voor bedrijven onoverzichtelijk. Maar ook de handhavers weten daardoor niet altijd hoe ze hun taak goed moeten uitvoeren.’

Wat zou helpen om dat te verbeteren?

‘Het zou een zeer wenselijke ontwikkeling zijn als beleidsmakers meer tijd zouden investeren om de branches te raadplegen over mogelijke maatregelen die binnen het kader van het beleid passen.’

Heb je een voorbeeld waar het niet goed gaat?

‘Het Circulaire Materialen Plan (CMP). Daar is op diverse fronten contact over. Maar over het algemeen kan het beter. Je verwacht ook, als je het hebt over het CMP, dat de hele keten in dat verhaal wordt meegenomen. Dat betekent ook dat producten circulair gemaakt moeten worden. Dat gebeurt al bij het ontwerp. Je ontwerpt daarbij zo dat je het product makkelijk kan recyclen of dat het hergebruikt kan worden. Maar daar blijft het liggen. Je ziet in het ontwerp van het CMP dat er voor het overgrote deel wordt gekeken naar de kant van de afvalverwerking en recycling. Het zou zo moeten zijn dat er vanaf de productiekant al gekeken moet worden. En dat deel mis ik in dit hele verhaal. Dat is een gemiste kans.’

Waarom wordt er vooral naar de achterkant van de keten gekeken?

‘Het is lastiger om al die verschillende schakels in de keten aan te spreken en daar beleid voor te ontwerpen. Het is echter wel de enige manier waarop we verder kunnen komen richting de circulaire economie. De oplossing wordt nu te veel gezocht aan de achterkant van de keten, maar daar ligt niet de sleutel. 

Ik begrijp het wel. Afvalverwerkers en recyclers hebben al veel te maken met wet- en regelgeving. Dan is het makkelijk om daar verder aan de knoppen te draaien. Aan de productiekant is dat veel lastiger, ook omdat die productie vaak niet in Nederland zit. Het zijn veelal machtige partijen. Machtige producenten partijen met machtige lobby organisaties. In plaats van daadwerkelijk te veranderen en het overleg aan te gaan met die producenten, gaan beleidsmakers dan toch weer zitten sleutelen aan die achterkant van de keten. Maar daarmee bereik je je doel niet.’

Wat zijn dossiers waarin jouw opvolger Lennert Vermaat zich nu vast mag bijten?

‘Een belangrijk dossier voor de toekomst, is de vrije markt voor hoogwaardige secundaire grondstoffen. Het grote thema dat nu leeft is de grondstoffenstrategie. Het is terecht dat Nederland en de rest van Europa zich er druk over maken. We hebben wereldwijd schaarste in bepaalde grondstoffen en die schaarste neemt toe. De productie gebeurt alleen veel in landen buiten Europa. Als er spanning op wereldniveau optreedt, dan moet je je afvragen of die producten en grondstoffen die belangrijk zijn voor jouw voorbestaan, nog wel beschikbaar zijn. Worden ze niet gebruikt als strategisch middel tegen jou?. 

Exportrestricties zijn echter geen oplossing, als er – zoals nu – nauwelijks nog productiecapaciteit is in Europa.  Dat leidt alleen tot een grondstoffenoverschot in Europa. Onze recyclingstromen hebben waarde omdat ze wereldwijd verhandeld kunnen worden. Omdat ze daar als grondstof worden gebruikt om mooie hoogwaardige producten van te maken. Er is niet zozeer een grondstoffenschaarste in Europa, als wel een productieschaarste. We hebben de afgelopen decennia de productiecapaciteit alleen maar zien dalen. Producenten zijn uit Europa vertrokken vanwege de wet- en regelgeving en de hoge productiekosten. Het is elders goedkoper en daar faciliteert de overheid de productie. De huidige insteek met een exportverbod is niet de oplossing voor het probleem. Je moet de productie terughalen en ondersteunen. Anders krijg je een devaluatie van anders waardevolle secundaire grondstofstromen. Dat helpt de circulaire economie niet vooruit. Dat wordt onze grootste uitdaging komende jaren.’

Lees het hele interview in Recycling Magazine Benelux nummer 1 2024