Na tien jaar intensief onderzoek heeft het lectoraat Kunststoftechnologie van Hogeschool Windesheim een oplossing gevonden voor de recycling van windturbinebladen. Door de bladen af te breken tot vlokken en deze weer in nieuw hars te gieten, ontstaat een nieuw composiet zonder kwaliteitsverlies, stellen de onderzoekers.
Dr. Ir. Albert ten Busschen is hoofdonderzoeker van het Lectoraat Kunststoftechnologie. Hij leidt het onderzoek en de doorontwikkeling van deze methode. Daarin werkt Windesheim samen met een netwerk van ruim 80 partners uit industrie, overheid en kennisinstellingen.
Tien jaar lang zijn de materialen getest op sterkte, stijfheid, vochtgedrag en vermoeiing. Die tests zijn geslaagd. Daarmee is nu de stap gezet om de technologie op industriële schaal toe te passen voor het maken van nieuwe producten. Hiervoor zijn tests gedaan voor toepassing in oeverbescherming met 80 gerecyclede damwandplanken, Geleidebalken die schepen veilig de haven binnen leiden, een draglineschot (rijplaat) voor zwaar bouwverkeer en dekplanken op een Friese verkeersbrug, dagelijks belast door duizenden voertuigen.
Geen kwaliteitsverlies
Partner Circular Recycling Company deed de verwerking van de afgedankte bladen. Compone nam de productie van de nieuwe composietproducten voor haar rekening. De producten worden gebruikt in bijvoorbeeld infraprojecten. Onder diverse extreme omstandigheden bleven de prestaties overeind. Uit deze onderzoeken blijkt dat gerecycled composiet dezelfde prestaties levert als nieuw materiaal.
Interesse uit buitenland
Ook internationaal is er interesse in de methode. Volgens het lectoraat wordt het erkend als een realistische en schaalbare oplossing voor het groeiende composietafval uit de windindustrie. Windesheim neemt ook actief deel aan internationale werkgroepen die werken aan de circulaire toekomst van de sector.
