Op 30 december 2025 is het CMP inwerking getreden. Het Circulair Materialenplan (CMP) heeft het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) vervangen. In dit artikel sta ik stil bij het doel van het CMP, stip ik enkele belangrijke wijzigingen ten opzichte van het LAP3 aan en belicht ik onderwerpen die mij opvallen. Tot slot ga ik in op enkele belangrijke wijzigingen ten opzichte van het ontwerp-CMP.
Het CMP dient als instrument om Nederland in 2050 circulair te maken. Deze torenhoge ambitie van de overheid vereist het zuinig en slim omgaan met grondstoffen, producten en afvalstoffen. Het CMP stelt als doel het beschermen van mens en milieu door het verminderen van grondstoffengebruik, het verlengen van de levensduur van producten en de hoogwaardige verwerking van materialen. Drie belangrijke ambities zijn het uitbreiden van de informatievoorziening, het ondersteunen van innovatie, en het versterken van de juridische basis.
Juridische basis
In het CMP wordt het overheidsbeleid voor afvalstoffenbeheer gegeven. De wettelijke basis daarvoor is, net als voor het huidige LAP3, de Wet milieubeheer. De overheid gebruikt het CMP als basis voor het verlenen van vergunningen en toestemmingen en het handhaven van de afvalregelgeving. Ook moet het CMP bedrijven helpen bij het maken van circulaire keuzes. De nieuwe naam past bij de ketenbenadering van het plan, dat alle fasen van een materiaalketen benoemt; van ontwerp tot en met verwerking en hergebruik.
Ketenplannen en afvalplannen
Het CMP introduceert zogenaamde ketenplannen en afvalplannen als vervanger van de sectorplannen uit LAP3. De ketenplannen zijn gericht op specifieke materiaalstromen. Er worden momenteel zes ketenplannen geïntroduceerd: voor hout, kunstgras, textiel, papier & karton, beton en zonnepanelen. Het Ministerie van I&W gaat de komende tijd bekijken of het noodzakelijk is meer sectorplannen om te vormen tot ketenplannen. Ketenplannen bevatten ten opzichte van sectorplannen nieuwe elementen: regelgeving per ketenfase, beschrijvingen van circulaire ketens en aandacht voor de afvalstatus.
De afvalplannen geven, net zoals de sectorplannen uit LAP3, de uitwerking van het beleid voor specifieke afvalstoffen. De indeling van de afvalplannen is wel gewijzigd. Zo bevat het een beschrijving van de afvalcategorieën en het mengen van afval. Afvalplannen bevatten, net als de huidige sectorplannen, de minimumstandaard voor verwerking en het beleid over grensoverschrijdend transport.
Hoogwaardige recycling
In het CMP wordt het begrip hoogwaardige recycling gedefinieerd. Hieronder wordt verstaan: “de vorm van recycling waarbij het materiaal zoveel mogelijk en met een zo hoog mogelijke kwaliteit over zoveel mogelijk cycli in een materiaal of productketen wordt gehouden”. In het plan ‘Vormen van recycling’ van het CMP wordt aangegeven dat de in deze definitie opgenomen principes niet altijd met elkaar in lijn zijn. Zo kan het verkrijgen van recyclaat van hoge kwaliteit op gespannen voet staan met het verkrijgen van zoveel mogelijk recyclaat. Het gaat dus om de kwaliteit van het materiaal en welk primair materiaal wordt uitgespaard. Dit hoeft dus niet altijd te betekenen dat wordt gestreefd naar dezelfde toepassing, zogenaamde ‘closed-loop-recycling’.
Wijzigingen in minimumstandaard
Enkele in het oogspringende wijzigingen van de minimumstandaard kunnen niet onvermeld blijven:
- AVI-bodemas moet voldoen aan de kwaliteitseisen voor niet-vormgegeven bouwstoffen uit de Regeling bodemkwaliteit 2022. Hiervoor geldt een overgangstermijn van 2 jaar. Daarnaast worden eisen gesteld aan de hoeveelheid batterijen die nog in de bodemas mogen zitten. De norm wordt 0,01%. Het mogen toevoegen van ketelas aan AVI-bodemas wordt in maximaal 2 jaar afgebouwd.
- Bij textiel wordt sorteren verplicht voor gescheiden ingezameld textiel. Dit moet in twee categorieën worden gesorteerd: herbruikbaar en recyclebaar, waarbij herbruikbaar de voorkeur heeft. De reststroom die niet geschikt is voor hergebruik en recycling, mag worden verbrand.
- Shredderresidu moet volgens het sectorplan uit LAP3 in beginsel verbrand worden. De fractie die fijner is dan 2 mm bevat volgens het Ministerie van I&W te veel schadelijke stoffen waardoor deze niet wordt geaccepteerd door AVI’s. De nieuwe minimumstandaard staat storten van deze fractie toe, maar er wordt wel een maximaal te storten percentage opgenomen. De minimumstandaard beperkt dit residu tot maximaal 5% van de input van de shredderinstallatie.
Mengen van gevaarlijk afval
In het CMP worden de regels voor het mengen van gevaarlijke afvalstoffen strenger dan in LAP3. Gevaarlijke afvalstoffen mogen alleen gemengd worden als dit doelmatig is. De stoffen moeten voortaan vallen onder dezelfde ‘afvalcategorie’ uit het Besluit activiteiten leefomgeving en de minimumstandaard moet het mengen toestaan. Mengen is ook toegestaan als daarmee een verwerking ontstaat waarbij de aanwezige gevaarlijke stoffen worden afgescheiden en/of vernietigd. Ook is mengen toegestaan als het gaat om gevaarlijk afval met niet-gevaarlijk afval van een afvalcategorie (zelfde afvalcategorienummer) én het afval- en/of ketenplan geen beperkingen aan dit mengen stelt.
Wijzigingen ten opzichte van ontwerp-CMP
Het ontwerp-CMP heeft begin 2025 ter inzage gelegen. In totaal zijn 158 zienswijzen ingediend. Een aantal zienswijzen heeft geleid tot wijzigingen. Zo is besloten om de risicoanalyse bij het verlenen van vergunningen voor afvalverwerking niet op te nemen in het CMP. Dat betekent dat bedrijven die afvalstoffen met ZZS willen recyclen niet meer eerst een risicoanalyse hoeven uit te voeren, waardoor de focus bij ZZS komt te liggen op het vermijden van wegmengen.
In het CMP is daarnaast verduidelijkt dat binnen de trede ‘verwijdering’ verbranden de voorkeur heeft boven storten. Daarnaast is binnen de trede recycling onderscheid gemaakt om in specifieke gevallen te kunnen sturen op die vorm van recycling die het meest bijdraagt aan de transitie naar een circulaire economie.
De belangrijkste wijziging in de leidraad ‘indelen van verwerkingshandelingen’ is de verduidelijking van het onderscheid tussen inzet als brandstof enerzijds en terugwinnen/recyclen van organische materialen anderzijds. Daarnaast is een stappenplan voor vergunningverlening toegevoegd aan de leidraad.
Tot slot
Wilt u weten wat het CMP betekent voor uw bedrijf? Op circulairmaterialenplan.nl vindt u meer informatie. Heeft u vragen over de juridische impact van het CMP op uw bedrijfsvoering? Neem gerust contact met me op.
Wilbert van Eijk is als advocaat werkzaam bij Van Iersel Luchtman Advocaten op de vestiging ’s-Hertogenbosch. Hij is lid van de secties Omgevingsrecht & Milieurecht en Sanctie & Boete. Wilbert is te bereiken via: of 088 – 90 80 827
