Algemeen

Onder meer burgemeester Femke Halsema, demissionair minister Kajsa Ollongren en verschillende oud-wethouders zijn opgeroepen voor een verhoor bij de raadsenquête naar het bijna-omvallen van afvalverwerker AEB die gisteren begon. De AEB-directie zelf komt niet. Waarom niet? Deze vraag dagblad Het Parool zich hardop af

Twee zomers terug stond afvalenergiebedrijf AEB op omvallen toen vier van de zes verbrandingsovens plots moesten worden stilgelegd. Omdat AEB zich contractueel had verplicht om tonnen huisvuil en rioolslib te verbranden, dreigde zelfs een landelijk afvalinfarct. Een faillissement werd afgewend, omdat de gemeente als enige aandeelhouder 80 miljoen euro beschikbaar stelde.

Het bijna-omvallen van AEB volgde op eerdere malheur en financiële tegenvallers met de hypermoderne hoogrendementscentrale die AEB in 2007 opende. De enquêtecommissie, die zich namens de gemeenteraad buigt over de voorgeschiedenis, begint bij het jaar 2000, toen de plannen voor de hr-centrale vorm kregen. Inmiddels zijn de problemen bij AEB onder controle en heeft de gemeente het bedrijf te koop gezet. Waarschijnlijk wordt in het najaar de koper bekend.

Wat heeft de enquêtecommissie in de gereedschapskist om de voorgeschiedenis boven tafel te krijgen?
Wie door een raadsenquête wordt opgeroepen, wacht een verhoor onder ede. Gisteren zijn de verhoren gestart en die duren ruim twee weken. Behalve Halsema en de oud-wethouders Ollongren, Udo Kock en Sharon Dijksma zijn ook de huidige wethouders Marieke van Doorninck en Victor Everhardt opgeroepen. Daarnaast gaat het onder meer om ambtenaren en de oud-wethouders Hester Maij en Carolien Gehrels.

Maar een raadsenquête kan alleen (oud-)ambtenaren, (oud)-raadsleden en (oud)-wethouders verplichten om te komen. Dit is een groot verschil met een parlementaire enquête, waarvoor alle ingezetenen van Nederland kunnen worden opgeroepen zonder dat ze die uitnodiging mogen weigeren. Het gevolg is dat directieleden van AEB niet verplicht zijn om te verschijnen voor de raadsenquête, en dat doen ze dan ook niet. Commissievoorzitter Dorienke de Grave-Verkerk zegt ‘allerlei inspanningen’ te hebben geleverd om ze toch zover te krijgen, maar vergeefs.

Vertikt AEB het dan om mee te werken?
Directeur Paul Dirix heeft zich per brief afgemeld bij commissievoorzitter De Grave. Hij vreest dat openbare verhoren het verkoopproces beïnvloeden. Vandaar de keuze om de uitnodiging niet aan te nemen. Het verkoopproces is ‘zeer vertrouwelijk’, schrijft Dirix. De commissie heeft overigens niet te klagen over medewerking van AEB, zegt De Grave. Vooruitlopend op de openbare verhoren zijn voor de raadsenquête al veertig interviews afgenomen en 31 verhoren die in beslotenheid hebben plaatsgevonden. De commissie wil pas in het eindrapport in september onthullen met wie, maar een AEB-woordvoerder bevestigt dat ook de huidige directie is verhoord.

Volgens de commissie dreigt geen eenzijdig beeld nu AEB’ers de openbare verhoren aan zich voorbij laten gaan. Sommige oud-bestuurders van AEB komen wel degelijk naar de raadsenquête. Omdat ze bij AEB werkten vóór de verzelfstandiging van de gemeentedienst in 2014, waren ze destijds ambtenaren, waardoor ze zich niet kunnen onttrekken aan een openbaar verhoor.

Is het niet heel onhandig dat de raadsenquête plaatsvindt net nu AEB te koop staat?
Voor AEB dus wel, al wil het afvalenergiebedrijf geen oordeel uitspreken over de keuze om de raadsenquête net nu te laten plaatsvinden. De enquêtecommissie gaat niet in op de mogelijkheid dat door de verhoren informatie openbaar wordt, die van invloed kan zijn op de verkoop of de prijs die de gemeente krijgt voor AEB. Het is de gemeenteraad die heeft besloten tot de verkoop en de raadsenquête. Dat het samenvalt ‘is een gegeven’, zegt commissievoorzitter De Grave. Ze ontkent ook dat het stadsbestuur druk heeft uitgeoefend om bepaalde informatie buiten de openbaarheid te houden. Dat is ‘ondenkbaar’, volgens De Grave.

De problemen bij AEB zijn al eerder onderzocht, wat wil de raad hiermee bereiken?
Vorig jaar boog een commissie van deskundigen onder leiding van VU-hoogleraar Jaap Winter zich al over AEB. Conclusie was toen dat de problemen te voorkomen waren geweest als de gemeente AEB dichter op de huid had gezeten als aandeelhouder. Toch hoopt de enquêtecommissie nieuwe lessen te trekken over de vraag of de gemeenteraad en het stadsbestuur genoeg vat hadden op AEB. Een andere onderzoeksvraag is hoe groot de impact financieel precies was voor de gemeente.

De raadsenquête, zoals de gemeenteraad die eerder hield over de gemeentefinanciën (2016) en de Noord/Zuidlijn (2009), kan zo weer relevant zijn voor andere verzelfstandigde gemeentebedrijven, zoals de haven en openbaar vervoerder GVB. De verhoren dienen om in het verleden gemaakte afwegingen en beleidskeuzes boven tafel te krijgen, legt De Grave uit. De verhoren zijn ook een manier om het onderzoek dat goeddeels binnenskamers plaatsvindt toch wat transparanter te maken. “Het is geen beklaagdenbank.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

x
Mis niet langer het laatste nieuws

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief.

Inschrijven