 | |
Gebruikers van een smeersysteem kunnen een doseur- of een progressief systeem kiezen.
Elk van deze installaties heeft specifieke voor- en nadelen.
Ambi uit Lelystad adviseert voor rollend bouwmaterieel een progressieve installatie van het Duitse merk Lincoln. Ambi biedt het progressieve Quicklub-systeem van Lincoln aan. Dat smeert met normaal vet tot NLGI 2. De gebruiker kan met behulp van een timer de smeertijd instellen. Zo draait de pomp bijvoorbeeld om het uur drie minuten of om de twee uur zes minuten. De pomp bedient maximaal drie van elkaar onafhankelijke vetsmeercircuits. De bedrijfsdruk van maximaal 350 bar is voldoende voor het overwinnen van hoge lagertegendrukken. Het vet gaat naar de hoofdverdeler die het smeermiddel in "groepen" verdeelt. Heeft die acht uitgangen dan verdeelt die alles in partjes van acht; elke uitgang ontvangt één-achtste van de vethoeveelheid. Bij een graafmachine kan een bus verschuiven of een ander mankement optreden. Kan een uitgang het vet niet kwijt, dan stagneert het blok. Zo ontstaat een kettingreactie aan stagnerende blokken. Het systeem blijft doorpompen tot aan de overdruk van 350 bar. Een manometer in de cabine waarschuwt intussen de machinist dat er iets mis is. Vervolgens kan een beveiligingsschakeling de pomp afzetten wanneer die niet in drie minuten een druk van 50 tot 350 bar opbouwt.
Voor kleinere installaties tot maximaal achttien smeerpunten levert Lincoln een zogeheten minismering op basis van het Quicklub-systeem. Zodra dat alle punten heeft doorgesmeerd zet een ingebouwde benaderingsschakelaar de motor uit. Het "grote" Quicklub-systeem bedient maximaal 300 smeerpunten. Het systeem is geschikt voor biologisch afbreekbare vetten. Een vetkraag sluit een lager voor invloeden van buiten af.
Onder de noemer Centro-Matic levert Lincoln een smeersysteem volgens het éénleiding-principe. Dat valt niet onder de categorie progressief maar dient per smeerpunt een apart ingestelde hoeveelheid smeermiddel toe.
|